Test Mazda CX-5

Test Mazda CX-5

2019-02-16T10:20:02+00:0014 Feb 2019, 21:39|Categories: Mazda|
Steeds meer mensen kiezen voor het concept van de crossover/SUV. De Mazda CX-5 is daar een goed voorbeeld van. Met zijn fraaie lijnen, riante binnenruimte en hoge zit is de Japanner een aantrekkelijk object voor veel consumenten. Voor het modeljaar 2015 is de goed scorende Aziaat onder handen genomen. Met wat uiterlijke wijzigingen in de vorm van een vernieuwd front, scherper getekende lampen en een aantal kleinere optische veranderingen moet hij er weer even tegenaan. Centraal staat een tweeliter benzinemotor met 165pk. In tegenstelling tot concurrenten is de tweeliter een ruim bemeten motor zonder turbo. Ongeblazen motoren komen de laatste jaren steeds minder voor in de autowereld.
Dat de CX-5 zijn zaakjes goed op orde heeft, blijkt uit de inrichting van het dashboard. De knoppen zitten goed onder handbereik en dankzij een centrale knop op de middenconsole kan het gehele infotainment worden bediend. Deze bediening werkt op de tast en is ontzettend intuïtief. We kennen het systeem uit BMW waar de centrale i-drive knop veel lof heeft ontvangen. Helemaal origineel is het dus niet, maar het werkt feilloos. Daardoor raak je zelden de weg kwijt. Het navigatiesysteem is overzichtelijk en wijst goed de weg. Dankzij de hoge zit is het overzicht op de weg goed. Dat vergroot de veiligheid aan boord. Qua veiligheidssystemen kom je ook weinig tekort in de oosterling. Er zit een systeem op dat de bestuurder waarschuwt wanneer de lijntjes worden overschreden. De hoofd- en beenruimte is heel behoorlijk in orde, ook voor de achterpassagiers. Deze is zelfs nog wat meer dan bij veel concurrentie. De bagageruimte bedraagt 505 liter, er kan dus heel wat kwijt.
Zoals gezegd staat de turboloze tweeliter benzinemotor centraal in deze Mazda. Daardoor duurt het net wat langer voordat de motor goed op stoom is, het is wel noodzakelijk om even toeren te maken voor een forse acceleratie. Eenmaal op gang lukt het om binnen 9,2 seconden naar honderd te rijden. Precies bij 200 kilometer per uur houdt het feest op. Bij de uitstoot van 139 gram CO2 per kilometer hoort een B-label en een verbruik van een liter op 16,7 kilometer. In de praktijk ligt dit iets hoger, maar het wijkt veel minder af dan het verschil tussen theorie en praktijk van veel turbomotoren.
Het rijgedrag is comfortabel en toch nog best sportief. Vooral in scherpe bochten laat het stuur- en weggedrag zich kenmerken door een haarscherpe bediening en een strakke wegligging. Daarmee wordt het telkens weer een feest om even flink te hoeken. Toch is dit iets wat veel automobilisten zelden zullen doen. Voor het normale rijgedrag onder normale omstandigheden is het vooral comfortabel cruisen. Qua prijs heeft hij het voordeel dat het feest al vanaf 28 mille begint. Dat is vrij voordelig, als je je realiseert dat de concurrentie een stukje duurder is. Voor de diesel betaal je daarentegen minimaal 36 duizend euro. De nadeel hierbij is dat deze forse prijs vooral het debet is van een hogere CO2-uitstoot, waardoor een flink deel van de prijs wordt bepaald door een milieu boete. Helemaal bovenaan staat de 175pk sterke diesel met vierwielaandrijving. Deze kost zelfs 50 mille. Voor de meeste mensen zal de benzinevariant echter het meest interessant zijn. En dat is een oprecht interessante optie.