Test BMW 330i Touring

Test BMW 330i Touring

2020-01-18T23:28:45+00:0015 Jan 2020, 20:23|Categories: Autotests, BMW|

Nederland is stationland. Niet gek dus dat de praktische carrosserievariant van het Beierse merk BMW doorgaans hoge ogen scoort. Met de komst van de nieuwe 3-serie Touring zijn er weer veel potentiële kopers. Toch is het deze keer lastiger dan eerder om hoge ogen te scoren, omdat de hoge zit nu eenmaal erg populair is geworden. Vlak deze D-segmenter echter niet uit, een tijdje geleden reden we met de 3-serie sedan en waren we bovengemiddeld positief. Reden genoeg om vol verwachting aan deze rijtest te beginnen. We kozen voor de 330i, de benzinevariant met voorlopig het op één na meeste vermogen.

We behandelen kort even de verschillende mogelijkheden qua motorisering. Want de keuze is reuze. De instapbenzine kunnen we bijna geen instapper noemen, de 320i levert met 184pk ruim voldoende vermogen. Een sprint naar honderd kost je daarmee 7,5 seconden, terwijl de top is afgeregeld op pakweg 230 kilometer per uur. De versie die wij rijden staat een trapje hoger, en weet met 258pk in 5,9 seconden van nul naar honderd te gaan, ontzettend snel voor een stationwagen van dit kaliber. We herinneren ons 2008, een BMW Z4 3.0i met 265pk deed destijds nog 6,5 seconden over diezelfde sprint. Beiden halen 250 kilometer per uur. Dat geldt ook voor de M340i, met dit verschil dat dat model 374pk heeft en in 4,5 (!!) seconden naar de driedubbele cijfers (100) knalt. Dieselen kan ook nog steeds, bijvoorbeeld met de instap 318d die 150pk levert en 9,4 seconden van stilstand naar honderd gaat. De 190pk sterke 320d heeft 7,5 seconden nodig voor deze print en klokt af bij 229 km/u. De dieselbeul is de 330d Touring, een zescilinder diesel(!) met 265pk. Deze goed doorontwikkelde diesel heeft 5,6 seconden nodig voor nul tot honderd en gaat 250 kilometer per uur.

De afwerking van de BMW is zoals we gewend zijn van het Beierse merk. Het geheel zit prachtig en solide in elkaar. Anders dan bij veel concurrenten is er nauwelijks iets op het interieur aan te merken. Onze testversie zit boordevol luxe en is van alle gemakken voorzien. Het touchscreen werkt voortreffelijk. Een bestemming is snel ingevoerd en de bediening steekt logisch in elkaar. We hebben lang niet altijd het gevoel dat we een testmodel liever niet zouden willen inwisselen, maar bij de 3-serie Touring is dit wel het geval. Het samenspel tussen de achttrapsautomaat en de motor is erg aangenaam. De Beier versnelt soepel. Automatisch grootlicht is in de donkere dagen voor Kerst waarin we de Duitser rijden, bijzonder handig. Zelden is een systeem zo accuraat in het afstemmen van de lichtbundel op het overige verkeer als nu.

De BMW 3-serie Touring concureert vooral met de klassieke tegenstrevers als de Mercedes Benz C-Klasse Estate en de Audi A4 Avant. Dit premium D-segment heeft natuurlijk veel last van de crossover/suv-hype. Iedereen lijkt tegenwoordig wel een hoge zit te willen hebben. Dit segment is daardoor aardig in de verdrukking geraakt, alhoewel het unieke concept van veel ruimte, beperkte buitenmaten en luxe nog steeds ongeëvenaard blijft. Tel daarbij de kwaliteiten van de BMW 3-serie Touring op, en je hebt een aanbod dat nauwelijks is te weerstaan.

Plus punten

  • Prettig rijgedrag
  • Uitstekende afwerking en ergonomie
  • Veel ruimte

Min punten

  • Dure opties
  • Beperkte standaarduitrusting
  • Steeds meer consumenten kiezen voor crossovers/suv's